Regerende koninginnen van het oude Egypte.(1)

Wanneer we denken aan Egyptische koninginnen, denken we al snel aan Nefertiti of Cleopatra. Egypte is echter nog door vier andere koninginnen geregeerd, te weten: Neithikret, Neferoesobek, Hatshepsoet en Tawosret. Een zevende koningin Merneith zou mogelijk de eerste koningin van Egypte kunnen zijn geweest maar er zijn teveel tegenstrijdigheden welke een regerende Merneith onwaarschijnlijk maken echter omdat het ook niet geheel uitgesloten kan worden is ze wel opgenomen in deze post.

Merneith.

Merneith

Mogelijke vader: Koning Jer
Moeder: onbekend
Echtgenoot: Koning Djet
Kind: Koning Den
Begraven: Tombe Y in Abydos

Koningin Merneith of Mereneith is mogelijk de eerste vrouw geweest om over het oude Egypte te heersen. Merneith regeerde tijdens de eerste dynastie, ongeveer de dertigste eeuw voor Christus. Haar naam betekend “geliefd door Neith”. Merneith was de echtgenote van Koning Djed waarmee ze samen een kind had, de latere koning Den.
Merneith kon koningin van Egypte worden doordat Den na het overlijden van Koning Djed nog te jong was om zijn taken over te nemen.
Haar tombe is aan het beging van de 20e eeuw gevonden in Abydos door de beroemde Engelse Egyptoloog William Petrie. In eerste instantie dacht Petrie dat de tombe toebehoorde aan een tot dan toe onbekende koning  van de eerste dynastie. Hoewel haar naam wel gevonden kan worden in een zegelafdruk naast die van andere heersers van de eerste dynastie, staat daarboven geen valk (het symbool van koningschap) afgebeeld. Ook op andere lijsten komt haar naam niet voor maar wel die van haar zoon. Om deze en andere redenen wordt Merneith door veel Egyptologen en Historici niet gezien als zelfstandig heerser maar eerder als een co-regent naast haar zoon Den.

Nitokris.

Nitokris.

Mogelijke vader: Pepi II
Mogelijke moeder: Koningin Neith

Koningin Nitokris was de laatste heerser van de zesde dynastie aan het einde van het Oude Rijk en het begin van de Eerste Tussenperiode. Er is heel weinig bekend over deze Egyptische koningin, het is zelfs niet echt bekend of ze ooit echt bestaan heeft. Ze wordt echter wel genoemd in de geschriften van Herodotus, de oude Griekse historicus. Nitokris is ook terug te vinden in geschriften van de Egyptishe historicus Manetho.
Heodotus verteld ons over Nitokris die uit wraak voor de moord op haar broer iedereen vermoord die ze hiervoor verantwoordelijk acht. De enige andere vermelding van Nitokris betreft de Koningslijsten.

Neferoesobek.

Neferoesobek

Vader: Amenemhat III
Moeder: Koningin Aat
Echtgenoot: Amenemhat IV (tevens haar broer)
Horusnaam: Merytre
Nebty: Set-sekhem-nebettawy
Gouden Horusnaam: Djed-et-kha
Troonnaam: Sobekkare
Geboortenaam: Neferoesobek

Koningin Neferoesobek (Sobek is (als) de schoonheid van Ra) was een regerende koningin tijdens de 12e dynastie. Andere namen waaronder Neferoesobek bekend stond waren: Neferusobek, Sobekneferoe en Solbeknofru.
Neferoesobek kwam aan de macht na de dood van haar echtgenoot en broer Amenemhat IV. Haar naam wordt vaak gezien met de aanvulling  ‘Shedty’ wat “met Shedet” betekend een een indicatie is dat ze betrokken was in een religieuze beweging in deze stad in Faiyum.
Er zijn maar weinig bewijzen bewaard gebleven van haar betrekkelijk korte heerschappij over Egypte van ongeveer vier jaar (3 jaar, 10 maanden en 24 dagen volgens de Koningslijst). Een aantal hoofdloze standbeelden zijn er echter wel van haar gevonden in de delta van de Nijl.

Hoofdloos standbeeld

Ook is het bekend dat zij verantwoordelijk was voor de uitbreiding van het grafcomplex van Amenemhat III  in Hawara maar ze heeft ook gebouwd in Heracleopolis Magna. Ze staat vermeld op de Koningslijst en er bestaat een cylinder-zegel die haar naam en titels draagt en is terug te vinden in The British Museum. Hoewel een koningin over het algemeen vrouwlijke titels zou gebruiken, zijn er hier ook een aantal mannelijke gebruikt.
Er bestaat een interessant maar beschadigd standbeeld van Neferoesobek waarvan de herkomst onbekend is. Het kostuum van dit figuur bezit elementen van zowel mannelijke als vrouwelijke klederdracht. Een poging om de kritieken op een vrouwelijke leider te sussen zouden hieraan ten grondslag kunnen liggen.
(The Oxford History of Ancient Egypt, pagina 159, The middle Kingdom Renaissance – Gae Callender)

Is Egypte ooit geregeerd door farao’s?

Wanneer we het hebben over de heersers van het oude Egypte hebben we het in de volksmond meestal over de farao’s maar is dit juist?
Laten we eerst kijken wat het woord farao eigenlijk feitelijk betekent….
De naam “farao” is van oorsprong een grieks woord gebaseerd op een Egyptisch woord dat “groot huis” betekende en verwees naar het paleis van de koning en de grootsheid ervan en niet naar de koning zelf. Pas tijdens de regeringsperiode van Thoetmosis III één van de koningen van de 18e dynastie van het Nieuwe Rijk werd het een gewoonte om met het woord farao te verwijzen naar de persoon van de koning.
Vandaag de dag is het heel normaal om de oude heersers van Egypte  farao’s te noemen maar het zou correcter zijn om hen koning/koningin te noemen en gebruik te maken van hun troonnaam, zeker wanneer we het hebben over de koningen en koninginnen van voor de 18e dynastie. Maar hoe werden deze heersers dan aangesproken?
De naam van een heerser veranderde op het moment dat hij of zij de troon besteeg en het land ging regeren. De oude volgorde van namen en titels (koninklijke titulatuur) welke werd gebruikt door elke heerser noemen we “de vijfvoudige titulatuur”. Deze titulatuur werd niet volledig toegepast tot het Midden Rijk en bestond uit: de Horusnaam, de Gouden Horusnaam,  de twee godinnen (nebty), de geboortenaam (nomen; sa-Ra) en de troonnaam (praenomen; nesu-bit)
(The Oxford History of Ancient Egypt – Ian Shaw, p.477)

De Horusnaam.

Horus

De Horusnaam werd meestal in de Serech geschreven welke de paleisgevel moest verbeelden. De naam van de koning, geschreven in hiëroglyfen werd in deze weergave geschreven en meestal stond daar dan een afbeelding van de valk-god Horus boven. De Horusnaam, de oudste vorm van naamgeving voor de koning, werd al toegepast gedurende de vroege pre-dynastieke periode (Naqada, vroeger dan 3100 v.Chr). Veel van de vroege koningen van Egypte zijn alleen bekend onder hun Horusnaam. Eén Egyptische heerser, Seth-Peribsen, koning van de Tweede Dynastie gebruikte een afbeelding van de god  Seth in plaats van die van Horus. Sommigen veronderstellen dat dit kan zijn veroorzaakt door een mogelijke religieuze verdeeldheid van het land. Zijn opvolger Khasekhemwy (Chasechemoey) plaatste beide symbolen boven zijn naam maar daarna was het altijd de afbeelding van Horus welke bij de naam van de koning geplaatst werd.

De twee godinnen (nebty)

Nebty

De Nebty-naam werd geassocieerd met de twee patronessen van Opper- en Neder Egypte. De eerste, Nechbet, was de patrones van Opper Egypte en werd afgebeeld als een Egyptische gier en de tweede, Wadjet, patrones van Neder Egypte afgebeeld als een Egyptische cobra. Semerchet (c.a. 2950 v.Chr), een koning van de Eerste Dynastie was de eerste om de Nebty-naam te gebruiken maar het zou nog tot de 12e Dynastie (c.a. 1991 v.Chr) duren voordat deze naam officieel in gebruik genomen werd.

De Gouden Horus naam.

Gouden Horus

Deze naam, ook wel bekend als de Horus van goud, is onderdeel van de naam van de koning vergezeld van een afbeelding van een Horus valk boven een halskraag naast of boven de hiëroglyfe van goud. De daadwerkelijke betekenis van deze titel is niet bekend. Sommigen denken dat het symbool staat voor de overwinning van Horus op zijn oom Seth omdat het hieroglyph voor goud zou kunnen betekenen dat Horus “superieur aan zijn vijanden” was.
In het oude Egypte werd goud vaak geassocieerd met de eeuwigheid, dus de titel kan ook als bedoeling hebben gehad de koning zijn eeuwige Horus naam te geven.

De Troonnaam (praenomen; nesu-bit).

Preanomen

De Troonnaam (tijdens de Derde Dynastie aan de titulatuur toegevoegd) ingesloten in een cartouche en vergezeld door de titel nesu-bit, geeft aan dat de koning heerser is over Opper- en Neder Egypte. Hierbij staat de plant symbool voor Opper Egypte en de bij voor Neder Egypte. Meer algemeen geeft het de dualiteit van de koning aan, Opper en Neder Egypte, woestijn en gecultiveerd land, het menselijke en het goddelijke enzovoort. De preanomen verwees meestal naar een religie en vaak betrof het hier een naam van een god of goden. In sommige literatuur wordt er beweerd dat de nesu-bit “Hij of Zij van het Riet en de Bij” zou betekenen terwijl anderen denken dat de twee woorden een relatie hebben met andere Afrikaans/Aziatische  woorden voor “sterke man” of “heerser”.

De geboortenaam (nomen; sa-Ra).

Nomen

Zoals de naam al zegt, werd deze naam aan de koning gegeven bij zijn geboorte. Het was tijdens de Vierde Dynastie dat deze titel, vooraf gegaan door de titel “zoon van Ra”aan de titulatuur toegevoegd werd om de goddelijke natuur van de koning aan te geven. De geboortenaam is de naam die tegenwoordig door Egyptologen wordt gebruikt, regelmatig gevolgd door een Romeins cijfer om een onderscheid aan te brengen tussen koningen met dezelfde naam. (Amenhotep II, Ramses II, Cleopatra V……)

De koninklijke kronen van de koningen van het oude Egypte.

De Witte kroon.

 

Witte kroon - Hedjed

 

De Witte kroon, de Hedjed is de kroon van Opper-Egypte. Deze conisch gevormde hoofdbedekking werd reeds 3000 v.Chr gedragen. Omdat er aangenomen wordt dat het materiaal waarvan deze kroon werd gemaakt riet was, zou de kleur in werkelijkheid groen kunnen zijn geweest.
De eerste afbeelding van de Witte kroon tot nu toe is in noordelijk Nubië (Ta-Seti) gedurende de Naqada (pre-dynastische) periode. Het zou dus heel goed mogelijk kunnen zijn dat de “clan van de Witte kroon” noordwaarts is getrokken en hun regalia werden overgenomen door de Egyptenaren. Een andere mogelijkheid is dat de veroverende Opper-Egyptenaren zichzelf de Witte kroon toe-eigenden en het koninkrijk op lieten gaan in de nieuwe verenigde staat, zoals ze dat ook deden met Neder-Egypte.
De god Osiris werd vaak afgebeeld met de Witte kroon in combinatie met lange veren, de Atef kroon. Na de vereniging van Opper- en Neder-Egypte werd de Witte kroon gecombineerd met de Rode kroon van Neder-Egypte om zo de Pschent te vormen.
De Hedjet werd ook gebruikt in combinatie met de Uraeus (symbolische cobraslang) .


De Rode kroon.

 

Rode kroon - Deshret

 

De Rode kroon, de Deshret, is de kroon van Neder-Egypte welke zoals hierboven reeds vermeld werd gecombineerd met de Witte kroon na de vereniging van Opper- en Neder-Egypte. Omdat de Rode kroon nooit gevonden is kunnen we slechts gissen waar deze van gemaakt was. Koper, riet, stof en leer behoren allen tot de mogelijkheden.
Een van de eerste afbeeldingen van de Deshret kan worden terug gevonden op de voorkant van het Narmerpalet; hierop zien we een zegevierende heerser die de Rode kroon draagt.

 

Narmerpalet voorkant

 

Omdat er in geen enkele tombe een Rode kroon is aangetroffen, zelfs niet in relatief ongeschonden tombes, is het heel goed mogelijk dat de Rode kroon werd overgedragen en dat er dus ook maar één exemplaar van is geweest.


De Dubbele kroon.

 

Dubbele kroon - Pschent

 

Deze kroon welke ook wel de Pschent wordt genoemd staat symbool voor de vereniging van Opper- en Neder-Egypte. Vaak werd deze kroon door de oude Egyptenaren de Sekhemti genoemd, wat “de twee machtigen” betekend. Over het algemeen wordt er aangenomen dat Menes, een koning van de eerste Dynastie,  de eeste was om de Rode en de Witte kroon met elkaar te combineren. Echter de eerste om de Dubbele kroon te dragen zou Djet zijn geweest, er is een rotsafbeelding gevonden waarop zijn Horus te zien is die de Dubbele kroon draagt. Verbazingwekkend genoeg zijn er meer afbeeldingen van de Rode en de Witte kroon afzonderlijk dan dat er afbeeldingen zijn waarin beide kronen gecombineerd zijn tot Pschent. Beeldhouwwerken van de Dubbele kroon laten niet vaak de gekrulde draad zien welke wel een onderdeel is van de Rode kroon in de diverse afbeeldingen hiervan. Vaak is deze ervan af gebroken maar meestal is deze gewoonweg niet toegevoegd.


Nemes.

 

Nemes

 

Deze kroon, eigenlijk meer een gestreepte hoofddoek dan een kroon, welke de gehele kroon en de gehele achterkant van het hoofd bedekte. Twee delen van de doek hingen langs de oren aan de voorkant over de schouders. Het standbeeld van Netjeri-chet (Djoser) toont als eerste een koning welke de Nemes kroon draagt. In die tijd was de Nemes kroon naast de Khat de meest gedragen hoofdbedekking. De Uraeuscobra werd vaak met deze kroon gecombineerd.
Het standbeeld van Ramses II bij Abu Simbel toont de Nemes kroon in combinatie met de Dubbele kroon van het verenigde Egypte. Het dodenmasker van Tutankhamun is misschien wel het meest bekende voorbeeld van de Nemes kroon.


De Blauwe kroon.

 

Blauwe kroon - Khepresh

 

De Blauwe kroon (Khepresh) wordt ook wel de Blauwe Oorlogskroon genoemd, dit omdat veel van de koningen van het Nieuwe Rijk in voorstelling van veldslagen worden afgebeeld met dit hoofddeksel.  Hiertegenover staat dat de Khepresh ook een ceremonieel doel had en om deze reden weigeren vele historici naar de Khepresh te refereren als zijnde de Blauwe Oorlogskroon.
Stof of blauw geverfd leer zijn waarschijnlijk de materialen welke voor de vervaardiging van deze kroon werden gebruikt en vele kleine gele zonneschijfjes  bedekten het oppervlak. Ook de Blauwe kroon werd veel gebruikt in combinatie met de Uraeuscobra.
Amenhotep III,  koning van de Tweede Tussenperiode, is de eerste om te worden afgebeeld terwijl hij de Blauwe kroon draagt. Gedurende de 18e en 19e dynastie is de Blauwe kroon voor een aantal koningen de meest gedragen kroon.

De Atef-kroon.

 

Atef-kroon

 

 

De Atef-kroon is eigenlijk niks meer dan een Hedjet gecombineerd met struisvogel-veren en werd gedragen tijdens een aantal religieuze rituelen. Reeds gedurende de 5e dynastie, gedurende de regeringsperiode van Sahoere, is er sprake van het gebruik van deze kroon.
Er worden verschillende betekenissen verbonden aan het woord “Atef”.  “Zijn Macht” en “Zijn Verschrikking” zijn hier voorbeelden van, echter de werkelijke betekenis blijft onzeker.
De Atef-kroon wordt geassocieerd met de goden Osiris (die de kroon draagt als zijnde symbool voor zijn heerschappij over de onderwereld) en Heryshef (de Ram-god en heerser over de rivieroevers), maar de kroon kan ook worden gedragen door Horus en Ra in één van hun vele verschijningsvormen.
Onder de heerschappij van Akhenaten (Amenhotep IV) verscheen de drievoudige Atef welke gedurende de Amarna periode de Atef-kroon verving.

Mozes een Egyptenaar?

Mozes

Mozes een Egyptenaar?

Nadat ik mijn tweede post over Akhenaten en het monotheïsme had afgerond was het duidelijk voor mij dat ik nog niet klaar was met dit onderwerp, in de verste verte niet. Dit heeft mij ertoe gedreven me nog meer in het ontstaan van het monotheïsme te gaan verdiepen.
Zoals ik al in mijn eerste post over dit onderwerp schreef, was Sigmund Freud de eerste om te beargumenteren dat Mozes feitelijk een Egyptenaar was en tevens een priester van de Aten-cult. Hij gaat zelfs zover te bepleiten dat Mozes en Akhenaten één en dezelfde persoon zijn geweest. Zou deze theorie kloppen, zou dit kunnen betekenen dat, Akhenaten, na Egypte gedurende 17 jaar te hebben geregeerd, niet gestorven is, maar dat hij degene is geweest die de Israëlieten  tijdens de Exodus Egypte heeft uitgeleid.
Voeren wij dit nog een stapje verder door, dan zou dit betekenen dat de mummie welke is gevonden in tombe KV55 (DK55) helemaal niet die van Akhenaten is, maar dat zijn lichaam moet worden gezocht op de vlakte van Moab aan de voet van de berg Nebo. Toegegeven, dit alles klinkt in eerste instantie behoorlijk ver gezocht maar dat geldt ook voor de thesis dat Mozes een Egyptenaar was en geen Hebreeër. Ik ben nog maar net begonnen mij te verdiepen in dit onderwerp en ik weet zeker dat ik aan het einde van mijn zoektocht de waarheid niet zal weten maar wel beter op de hoogte zal zijn van de diverse mogelijkheden.

In het eerste deel van “Moses and Monotheïsm”, “Moses an Egyptian” (1934) geeft Freud verschillende redenen voor zijn geloof in de theorie dat Mozes een Egyptenaar was.
De eerste reden is de herkomst (volgens Freud) van de naam Mozes. Hoofdstuk II van het boek Exodus verteld ons dat deze naam hem zou zijn gegeven door de Egyptische prinses welke hem redde uit het water van de Nijl met als verklaring “omdat ik hem uit het water gehaald heb”. Mozes, dat als Mosche geschreven wordt in het Hebreeuws betekend “Hij die uit het water gehaald is”. Zo op het eerste gezicht is dit een hele logische verklaring maar als we er dieper over nadenken, lijkt de kans op een Egyptische prinses met kennis van het Hebreeuws nihil. In het boek “History of Egypt” van J.H. Breasted wordt gesteld dat Mozes een Egyptische naam is met als oorsprong de naam “Mose” wat “kind” als betekenis heeft. De laatste “s” zou aan de naam zijn toegevoegd tijdens de Griekse vertaling van het oude testament.

In zijn zoektocht naar bewijs voor zijn thesis dat Mozes een Egyptenaar was, vergelijkt Freud de mythe van Mozes met de theorie welke is beschreven in het boek “Der Mythus von der Geburt des Helden”, geschreven door Otto Rank. Dit boek gaat over het feit dat “bijna alle belangrijke geciviliseerde volkeren vanaf het begin mythen om hun helden heen hebben geweven en ze in gedichten verheerlijkt hebben. Mythische koningen en prinsen, grondleggers van religies, dynastieën, imperia en steden oftewel hun nationale helden. Vooral de geschiedenis van hun geboorte en de eerste jaren van hun leven worden omgeven door de meest fantastische vertellingen; de verbazingwekkende overeenkomsten, nee, letterlijke overeenkomsten van deze verhalen, zelfs als ze verwijzen naar totaal verschillende personen, soms geografisch ver van elkaar verwijderd, is wel bekend en heeft menig onderzoeker getroffen.”
Volgens Rank verloopt de mythe van een held meestal volgens dezelfde lijnen. Te beginnen met de geboorte van de held als zijnde de zoon van ouders van hoge komaf en meestal zelfs de zoon van een koning. Gedurende de zwangerschap van de moeder of zelfs daarvoor al zal een orakel of een droom waarschuwen voor het grote gevaar dat zal ontstaan door de geboorte van het kind. Dit resulteert erin dat de vader, of iemand die hem vertegenwoordigt, de order geeft het kind te vermoorden of het in groot gevaar te brengen, wat in de meeste gevallen betekent dat het kind in een mandje wordt overgelaten aan de golven.
Hierna zal het kind worden gered door dieren of arme mensen, gezoogd worden door het vrouwelijke dier of de vrouw van lage afkomst. Wanneer het kind is opgegroeid en vele avonturen heeft meegemaakt, zal het zijn ouders herontdekken en wraak nemen op de vader. Hierna zal hij door zijn volk erkend worden en faam en grootsheid zijn dan zijn deel.
Deze mythe was voor het eerst van toepassing op Sargon van Akkad, de stichter van Babylon (c.a. 2800 VC), maar er zijn er meer zoals Karna, Heracles, Mozes etc…….
Maar de mythe van Mozes wijkt hier wezenlijk vanaf. Hij is een kind van Joodse Levieten (leden van de stam van Levi). De tweede familie, volgens de mythe van lage komaf, waarin de held groot gebracht wordt, is in het geval van Mozes een uiterst belangrijke familie, het koninklijke huis van Egypte.
Deze afwijking heeft veel onderzoekers in verwarring gebracht en hen de conclusie doen trekken dat de originele mythe anders heeft moeten verlopen. Een Egyptische koning wordt in een profetische droom gewaarschuwd dat zijn dochters’ zoon een gevaar zou gaan vormen voor het koninkrijk. Dit is de reden waarom het kind kort na de geboorte wordt toevertrouwd  aan het water van de Nijl en wordt gevonden en gered door Joodse mensen, welke het kind zullen opvoeden en grootbrengen. “Nationale motieven” zouden volgens Rank de reden kunnen zijn om de oorspronkelijke mythe te veranderen in die die we nu kennen. De mythe van Mozes moet  van Joodse of Egyptische origine zijn. Maar de Egyptenaren hadden geen reden om Mozes te verheerlijken, voor hen was Mozes zelfs geen held. Hierom moet de mythe van Mozes van Joodse afkomst zijn, iets wat ook weer een probleem is omdat het Joodse volk geen belang heeft bij een Egyptenaar als hun leider.
Volgens Freud geven de mogelijke herkomst van de naam Mozes en de analyse van de mythe van een held, geprojecteerd op de persoon Mozes geen voldoende bewijs voor de mogelijkheid dat Mozes een Egyptenaar was en is er behoefte aan in ieder geval één vast punt, zoals het vaststellen van de periode waarin Mozes leefde en daarmee de exodus een plaats geven in de geschiedenis. Bij gebrek aan zo’n vast punt zullen we op een andere manier naar Mozes moeten kijken: “Als Mozes een Egyptenaar was…….”

(Na het schrijven van deze post voelde ik de behoefte om voordat ik nog een post over Mozes en de oorsprong van het monotheïsme zou schrijven, ik mezelf verder zou verdiepen in deze materie.
Dit wil ik gaan doen door het lezen van vier verschillende boeken. Als eerste het boek “Moses and Monotheïsm”, geschreven door Sigmund Freud en de bron voor deze eerste post. Tevens wil ik gebruik gaan maken van het boek “Moses and Akhenaten” van A.Osman. Echter voordat ik dit boek kan gaan lezen moet ik me eerst gaan verdiepen in twee andere boeken, de Bijbel en de Koran. Dit omdat Osman diverse malen parallellen trekt tussen deze twee heilige boeken en ik enigszins in staat wil zijn om deze parallellen te staven. Al met al heb ik dus nog een hele weg te gaan en vraag de lezer van dit blog om geduld maar geef de zekerheid dat in de toekomst meer posts over dit onderwerp zullen verschijnen.

Akhenaten en monotheïsme (2).


De Amarna periode.
Zonder de invloed van Akhenaten zou Aten slechts een minder belangrijke rol hebben gespeeld in de historie van het oude Egypte. Het is gedurende de 12e Dynastie in het verhaal van Sinuhe dat er voor het eerst sprake is van Aten als een zonneschijf maar dan nog slechts als aspect van de zonnegod Ra. Het lijkt erop dat Aten gedurende de regeringsperiode van Amenhotep III een rol van grotere betekenis ging spelen maar het was Akhenaten die de Amarna revolutie (Atenisme) begon en Aten verhief tot de “enige echte god”.
Akhenaten bouwt tempels voor Aten en andere bouwwerken in de omgeving van de tempel van Amon (Karnak). In de beginperiode werden naast Aten ook nog steeds de traditionele goden aanbeden maar in het vijfde regeringsjaar, op de dertiende dag van de achtste maan begint de koning welke een maand daarvoor zijn naam had veranderd van Amenhotep IV in Akhenaten de bouw van de stad Akhetaten (De horizon van Aten). Gedurende het zevende regeringsjaar van Akhenaten werd Akhetaten de hoofdstad van Egypte. Door de verplaatsing van zijn hof naar deze nieuwe hoofdstad en onttrok zich zo aan de invloed van het traditionele centrum van religieuze en politieke macht.
Het negende regeringsjaar markeert het moment van vele en vooral radicale veranderingen. Akhenaten beval de schending van alle tempels van de god Amon en de vernietiging van zijn beeltenis en die van de andere goden in heel Egypte. Velen zien Akhenaten als een pacifist, maar we doen er goed aan ons te realiseren dat al deze radicale veranderingen niet konden plaats vinden zonder gebruik te maken van enige vorm van geweld. Akhenaten voerde een programma van religieuze hervormingen uit waarmee Aten niet langer de “superieure god” was maar werd verheven tot “de enige echte” god en verbood de verering van alle andere goden, openlijk en in de privé-sfeer. Niet langer werd Aten voorgesteld met enkel de hiëroglief van de zonneschijf maar op fonetische wijze geschreven.
Niet langer werd de god aanbeden door de koning en de priesters in de besloten ruimt van de tempel, maar onder de mensen in de open lucht en onder de stralen van de zonneschijf. Hiermee was het monotheisme van Akhenaten een feit en volledig. Dit zou zo blijven tot zijn dood, acht jaar later.

Het verval en de nadagen van Akhenaten’s monotheïsme.
Met de dood van Akhenaten viel de door hem gecreëerde Aten-cultus bijna meteen uiteen. Mede door de druk van de priesters van de Amon-cultus en vanwege het feit dat veel mensen in het geheim door waren gegaan met de verering van de traditionele goden en de symbolen van deze goden in hun huizen verborgen hadden gehouden was de terugkeer van het polytheïsme onafwendbaar. De eerste drie jaar na de dood van Akhenaten regeerde Smenchkare over Egypte om hierna te worden opgevolgd door Akhenaten’s zoon Tutankhaten onder begeleiding van Ay.  Tutankhaten verliet Akhetaten om zich weer te vestigen in Thebe en veranderde zijn naam in Toetankhamon. Nog veel te jong om zijn eigen beslissingen te nemen, was Toetankhamon waarschijnlijk niet veel meer dan een marionet van de priesters. Met de priesters in werkelijkheid aan de macht duurde het niet lang voordat de tempels welke Akhenaten had gebouwd in Akhetaten en in Thebe werden ontmanteld waarbij de bouwstenen werden hergebruikt voor de bouw van nieuwe tempels. Inscripties aan Aten werden geschonden en geschreven vermeldingen aangaande Aten uitgewist. Later ging men zelfs zover Akhenaten, Smenchkare, Toetankhamon en Ay van de officiële Koningslijst te wissen waardoor Amenhotep III direct  door Horemheb werd opgevolgd, hiermee de eerste monotheïstische periode  in de geschiedenis van de mensheid ontkennend.


Gebruikte boeken:
Toet-Ank-Amon – Otto Neubert
Akhenaten, King of Egypt – Cyril Aldred
The Oxford History of Ancient Egypt – Ian Shaw

Akhenaten en monotheïsme (1).

Het was Akhenaten (de ketterkoning) die het monotheïsme, het geloof in één enkele god, tijdens de 18e Dynastie aanhing en dit de Egyptische bevolking wilde opleggen. Velen zien Akhenaten hierom als pionier van de monotheïstische religie welke later zou zijn geëvolueerd in het jodendom. Eén van hen is Sigmund Freud.
In zijn boek “Der Mann Moses und die monotheistische Religion”  beargumenteerd hij dat Mozes feitelijk een Aten-priester was welke na de dood van Akhenaten gedwongen werd Egypte te verlaten. In dit boek meent Freud dat wat Akhenaten probeerde te bereiken in Egypte, de overgang van polytheïsme naar monotheïsme, een meer succesvol vervolg heeft gekregen door toedoen van de bijbelse Mozes. Tevens zegt Freud dat hiermee het monotheisme geen Joodse maar Egyptische oorsprong heeft, waar de cultus van de Egyptische god Aten (de zonneschijf)  aan ten grondslag ligt.

Maar terug naar Akhenaten. Akhenaten, toen nog Amenhotep IV, kon koning van het oude Egypte worden doordat zijn oudere broer kroonprins Thoetmosis op jonge leeftijd overleed en Akhenaten de volgende in de lijn voor troonopvolging was. Voordat zijn broer overleed studeerde Akhenaten religie en werd hij voorbereid op een leven als priester. Deze vroege opleiding wordt vaak gezien als mogelijke reden voor de sterke affiniteit welke Akhenaten had met religie.
Maar kon Akhenaten in het beperkte tijdsbestek van zijn 17 jaar durende heerschappij de complete overgang van het toen gangbare polytheïsme naar het monotheïsme bewerkstelligen?  Aan één kant had hij de tijd mee. Amenhotep III liet na zijn dood een welvarend en vreedzaam Egypte achter. Buitenlandse culturen introduceerden hun eigen goden in de Egyptische religie, sommigen daarvan werden geassocieerd met de Egyptische Koning. Van oorsprong keken Egyptenaren neer op alle buitenlandse culturen maar steeds meer werden deze culturen gezien als onderdeel van God’s creatie en onder bescherming gesteld van de eerste representant van de zonne-god Ra, de Koning.
De zonsopkomst werd gezien als een eeuwige herhaling van “de eerste gebeurtenis, de schepping van de wereld. Ra was onderhevig aan dezelfde cycli als de zon, de steeds herhaalde cyclus van dood en wedergeboorte.
Bij zonsondergang betrad Ra de onderwereld om vervolgens weer herboren te worden als Ra-Horakhty (Horakhty = “Horus van de twee horizons”). Samen met de zonnegod werden ook de doden herboren en zij vergezelden Ra op zijn dagelijkse reis langs het hemelgewelf. Osiris, de god van de doden en de onderwereld, ging steeds meer gezien worden als een aspect van Ra, zijnde de oerschepper van alles. Alle ander goden kwamen vanuit hem, waarmee deze allemaal als aspect van Ra gezien konden worden. Dit kan worden gezien als een vroege neiging naar een vorm van monotheïsme welke  Akhenatens geloof in Aten, de enige ware god, ruimte gaf en misschien wel een logisch gevolg was van de heersende religieuze atmosfeer in die dagen.

Bastet, de katgodin.

Op 19 januari 2010 deed “the Supreme Council of Antiquities” een verklaring uitgaan over de ontdekking van de ruines van een tempel in Alexandrië, de stad gesticht door Alexander de Grote gedurende de vierde eeuw voor Christus. De tempel welke zou stammen uit de tijd van de overheersing van Egypte door de Ptolemaeën tijdens het Hellenisme (305 v.Chr – 30 v.Chr) zou naar alle waarschijnlijkheid gewijd aan de katgodin, tevens godin van de vruchtbaarheid, Bastet.
Maar wie was Bastet? Al sinds 5000 tot 6000 jaar geleden werden katten als huisdieren erg gewaardeerd vanwege hun handigheid in het vangen van muizen. Katten werden gezien als goddelijk en het doden van een kat was een misdaad welke met de dood kon worden bestraft. Tevens was het een gewoonte dat wanneer een kat gehouden als huisdier stierf, de hele familie in rouw was om dit sterven en het lichaam van de kat gemummificeerd werd om zo eer te betonen aan het overleden dier. Er was een geloof in een hiernamaals voor katten, gemummificeerde ratten en muizen welke zijn gevonden in kattentomben worden gezien als bewijs hiervoor.
Al sinds de tweede dynastie werd Bastet aanbeden en door de jaren heen heeft deze godin verschillende namen gehad. Bast, Pasht, Ubasti en Bubastet zijn hier voorbeelden van. Hoewel Bastet dus al heel vroeg aanbeden werd, was het pas veel later dat ze werd gezien als de zuster van Horus en dochter van Isis en Osiris.
In het begin werd Bastet gezien als beschermster van het Koninklijke huis en de Twee Landen en droeg ze de titel “de verscheurder”. Later gedurende het “Nieuwe Rijk” (1570 v.Chr – 1070 v.Chr), welke de 18e, 19e en 20e dynastie besloeg begon ze geassocieerd te worden met Sekhmet (de machtige), de oorlogsgodin welke werd afgebeeld als een leeuwin en gezien als de machtigste van de twee.

Tempels waar Bastet aanbeden werd kunnen op diverse plaatsen worden gevonden zoals Bubastis, ook bekend onder de naam Tell Basta of de oud Egyptische naam Per-Bast, een stad in Neder Egypte. Hoewel er ook andere plaatsen zijn zoals Memphis-Sakkara en Denderah waar bastet vereerd werd wordt Bubastis toch gezien als centrum van deze verering. Nu, met de ontdekking van nog een tempel ter ere van Bastet in Alexandrië, is er niet alleen bewijs dat er op vele plaatsen tempels ter ere van Bastet zijn maar tevens geeft dit aan dat deze katgodin is vereerd gedurende het grootste deel van de oude Egyptische historie.