Tagarchief: geschiedenis Egypte

Is Egypte ooit geregeerd door farao’s?

Wanneer we het hebben over de heersers van het oude Egypte hebben we het in de volksmond meestal over de farao’s maar is dit juist?
Laten we eerst kijken wat het woord farao eigenlijk feitelijk betekent….
De naam “farao” is van oorsprong een grieks woord gebaseerd op een Egyptisch woord dat “groot huis” betekende en verwees naar het paleis van de koning en de grootsheid ervan en niet naar de koning zelf. Pas tijdens de regeringsperiode van Thoetmosis III één van de koningen van de 18e dynastie van het Nieuwe Rijk werd het een gewoonte om met het woord farao te verwijzen naar de persoon van de koning.
Vandaag de dag is het heel normaal om de oude heersers van Egypte  farao’s te noemen maar het zou correcter zijn om hen koning/koningin te noemen en gebruik te maken van hun troonnaam, zeker wanneer we het hebben over de koningen en koninginnen van voor de 18e dynastie. Maar hoe werden deze heersers dan aangesproken?
De naam van een heerser veranderde op het moment dat hij of zij de troon besteeg en het land ging regeren. De oude volgorde van namen en titels (koninklijke titulatuur) welke werd gebruikt door elke heerser noemen we “de vijfvoudige titulatuur”. Deze titulatuur werd niet volledig toegepast tot het Midden Rijk en bestond uit: de Horusnaam, de Gouden Horusnaam,  de twee godinnen (nebty), de geboortenaam (nomen; sa-Ra) en de troonnaam (praenomen; nesu-bit)
(The Oxford History of Ancient Egypt – Ian Shaw, p.477)

De Horusnaam.

Horus

De Horusnaam werd meestal in de Serech geschreven welke de paleisgevel moest verbeelden. De naam van de koning, geschreven in hiëroglyfen werd in deze weergave geschreven en meestal stond daar dan een afbeelding van de valk-god Horus boven. De Horusnaam, de oudste vorm van naamgeving voor de koning, werd al toegepast gedurende de vroege pre-dynastieke periode (Naqada, vroeger dan 3100 v.Chr). Veel van de vroege koningen van Egypte zijn alleen bekend onder hun Horusnaam. Eén Egyptische heerser, Seth-Peribsen, koning van de Tweede Dynastie gebruikte een afbeelding van de god  Seth in plaats van die van Horus. Sommigen veronderstellen dat dit kan zijn veroorzaakt door een mogelijke religieuze verdeeldheid van het land. Zijn opvolger Khasekhemwy (Chasechemoey) plaatste beide symbolen boven zijn naam maar daarna was het altijd de afbeelding van Horus welke bij de naam van de koning geplaatst werd.

De twee godinnen (nebty)

Nebty

De Nebty-naam werd geassocieerd met de twee patronessen van Opper- en Neder Egypte. De eerste, Nechbet, was de patrones van Opper Egypte en werd afgebeeld als een Egyptische gier en de tweede, Wadjet, patrones van Neder Egypte afgebeeld als een Egyptische cobra. Semerchet (c.a. 2950 v.Chr), een koning van de Eerste Dynastie was de eerste om de Nebty-naam te gebruiken maar het zou nog tot de 12e Dynastie (c.a. 1991 v.Chr) duren voordat deze naam officieel in gebruik genomen werd.

De Gouden Horus naam.

Gouden Horus

Deze naam, ook wel bekend als de Horus van goud, is onderdeel van de naam van de koning vergezeld van een afbeelding van een Horus valk boven een halskraag naast of boven de hiëroglyfe van goud. De daadwerkelijke betekenis van deze titel is niet bekend. Sommigen denken dat het symbool staat voor de overwinning van Horus op zijn oom Seth omdat het hieroglyph voor goud zou kunnen betekenen dat Horus “superieur aan zijn vijanden” was.
In het oude Egypte werd goud vaak geassocieerd met de eeuwigheid, dus de titel kan ook als bedoeling hebben gehad de koning zijn eeuwige Horus naam te geven.

De Troonnaam (praenomen; nesu-bit).

Preanomen

De Troonnaam (tijdens de Derde Dynastie aan de titulatuur toegevoegd) ingesloten in een cartouche en vergezeld door de titel nesu-bit, geeft aan dat de koning heerser is over Opper- en Neder Egypte. Hierbij staat de plant symbool voor Opper Egypte en de bij voor Neder Egypte. Meer algemeen geeft het de dualiteit van de koning aan, Opper en Neder Egypte, woestijn en gecultiveerd land, het menselijke en het goddelijke enzovoort. De preanomen verwees meestal naar een religie en vaak betrof het hier een naam van een god of goden. In sommige literatuur wordt er beweerd dat de nesu-bit “Hij of Zij van het Riet en de Bij” zou betekenen terwijl anderen denken dat de twee woorden een relatie hebben met andere Afrikaans/Aziatische  woorden voor “sterke man” of “heerser”.

De geboortenaam (nomen; sa-Ra).

Nomen

Zoals de naam al zegt, werd deze naam aan de koning gegeven bij zijn geboorte. Het was tijdens de Vierde Dynastie dat deze titel, vooraf gegaan door de titel “zoon van Ra”aan de titulatuur toegevoegd werd om de goddelijke natuur van de koning aan te geven. De geboortenaam is de naam die tegenwoordig door Egyptologen wordt gebruikt, regelmatig gevolgd door een Romeins cijfer om een onderscheid aan te brengen tussen koningen met dezelfde naam. (Amenhotep II, Ramses II, Cleopatra V……)

Advertenties

De koninklijke kronen van de koningen van het oude Egypte.

De Witte kroon.

 

Witte kroon - Hedjed

 

De Witte kroon, de Hedjed is de kroon van Opper-Egypte. Deze conisch gevormde hoofdbedekking werd reeds 3000 v.Chr gedragen. Omdat er aangenomen wordt dat het materiaal waarvan deze kroon werd gemaakt riet was, zou de kleur in werkelijkheid groen kunnen zijn geweest.
De eerste afbeelding van de Witte kroon tot nu toe is in noordelijk Nubië (Ta-Seti) gedurende de Naqada (pre-dynastische) periode. Het zou dus heel goed mogelijk kunnen zijn dat de “clan van de Witte kroon” noordwaarts is getrokken en hun regalia werden overgenomen door de Egyptenaren. Een andere mogelijkheid is dat de veroverende Opper-Egyptenaren zichzelf de Witte kroon toe-eigenden en het koninkrijk op lieten gaan in de nieuwe verenigde staat, zoals ze dat ook deden met Neder-Egypte.
De god Osiris werd vaak afgebeeld met de Witte kroon in combinatie met lange veren, de Atef kroon. Na de vereniging van Opper- en Neder-Egypte werd de Witte kroon gecombineerd met de Rode kroon van Neder-Egypte om zo de Pschent te vormen.
De Hedjet werd ook gebruikt in combinatie met de Uraeus (symbolische cobraslang) .


De Rode kroon.

 

Rode kroon - Deshret

 

De Rode kroon, de Deshret, is de kroon van Neder-Egypte welke zoals hierboven reeds vermeld werd gecombineerd met de Witte kroon na de vereniging van Opper- en Neder-Egypte. Omdat de Rode kroon nooit gevonden is kunnen we slechts gissen waar deze van gemaakt was. Koper, riet, stof en leer behoren allen tot de mogelijkheden.
Een van de eerste afbeeldingen van de Deshret kan worden terug gevonden op de voorkant van het Narmerpalet; hierop zien we een zegevierende heerser die de Rode kroon draagt.

 

Narmerpalet voorkant

 

Omdat er in geen enkele tombe een Rode kroon is aangetroffen, zelfs niet in relatief ongeschonden tombes, is het heel goed mogelijk dat de Rode kroon werd overgedragen en dat er dus ook maar één exemplaar van is geweest.


De Dubbele kroon.

 

Dubbele kroon - Pschent

 

Deze kroon welke ook wel de Pschent wordt genoemd staat symbool voor de vereniging van Opper- en Neder-Egypte. Vaak werd deze kroon door de oude Egyptenaren de Sekhemti genoemd, wat “de twee machtigen” betekend. Over het algemeen wordt er aangenomen dat Menes, een koning van de eerste Dynastie,  de eeste was om de Rode en de Witte kroon met elkaar te combineren. Echter de eerste om de Dubbele kroon te dragen zou Djet zijn geweest, er is een rotsafbeelding gevonden waarop zijn Horus te zien is die de Dubbele kroon draagt. Verbazingwekkend genoeg zijn er meer afbeeldingen van de Rode en de Witte kroon afzonderlijk dan dat er afbeeldingen zijn waarin beide kronen gecombineerd zijn tot Pschent. Beeldhouwwerken van de Dubbele kroon laten niet vaak de gekrulde draad zien welke wel een onderdeel is van de Rode kroon in de diverse afbeeldingen hiervan. Vaak is deze ervan af gebroken maar meestal is deze gewoonweg niet toegevoegd.


Nemes.

 

Nemes

 

Deze kroon, eigenlijk meer een gestreepte hoofddoek dan een kroon, welke de gehele kroon en de gehele achterkant van het hoofd bedekte. Twee delen van de doek hingen langs de oren aan de voorkant over de schouders. Het standbeeld van Netjeri-chet (Djoser) toont als eerste een koning welke de Nemes kroon draagt. In die tijd was de Nemes kroon naast de Khat de meest gedragen hoofdbedekking. De Uraeuscobra werd vaak met deze kroon gecombineerd.
Het standbeeld van Ramses II bij Abu Simbel toont de Nemes kroon in combinatie met de Dubbele kroon van het verenigde Egypte. Het dodenmasker van Tutankhamun is misschien wel het meest bekende voorbeeld van de Nemes kroon.


De Blauwe kroon.

 

Blauwe kroon - Khepresh

 

De Blauwe kroon (Khepresh) wordt ook wel de Blauwe Oorlogskroon genoemd, dit omdat veel van de koningen van het Nieuwe Rijk in voorstelling van veldslagen worden afgebeeld met dit hoofddeksel.  Hiertegenover staat dat de Khepresh ook een ceremonieel doel had en om deze reden weigeren vele historici naar de Khepresh te refereren als zijnde de Blauwe Oorlogskroon.
Stof of blauw geverfd leer zijn waarschijnlijk de materialen welke voor de vervaardiging van deze kroon werden gebruikt en vele kleine gele zonneschijfjes  bedekten het oppervlak. Ook de Blauwe kroon werd veel gebruikt in combinatie met de Uraeuscobra.
Amenhotep III,  koning van de Tweede Tussenperiode, is de eerste om te worden afgebeeld terwijl hij de Blauwe kroon draagt. Gedurende de 18e en 19e dynastie is de Blauwe kroon voor een aantal koningen de meest gedragen kroon.

De Atef-kroon.

 

Atef-kroon

 

 

De Atef-kroon is eigenlijk niks meer dan een Hedjet gecombineerd met struisvogel-veren en werd gedragen tijdens een aantal religieuze rituelen. Reeds gedurende de 5e dynastie, gedurende de regeringsperiode van Sahoere, is er sprake van het gebruik van deze kroon.
Er worden verschillende betekenissen verbonden aan het woord “Atef”.  “Zijn Macht” en “Zijn Verschrikking” zijn hier voorbeelden van, echter de werkelijke betekenis blijft onzeker.
De Atef-kroon wordt geassocieerd met de goden Osiris (die de kroon draagt als zijnde symbool voor zijn heerschappij over de onderwereld) en Heryshef (de Ram-god en heerser over de rivieroevers), maar de kroon kan ook worden gedragen door Horus en Ra in één van hun vele verschijningsvormen.
Onder de heerschappij van Akhenaten (Amenhotep IV) verscheen de drievoudige Atef welke gedurende de Amarna periode de Atef-kroon verving.